• Student Fouad, de medische faculteit en de Gildebroederschap

    /

    Één reactie

    Wat is het verschil tussen de Medical School in Engeland en de Medische Faculteit in Nederland? De Medical School maakt deel uit van het Medische Gilde en zij heeft tot taak nieuwe gildebroeders af te leveren die gegarandeerd beantwoorden aan alle criteria van basale beroepsgeschiktheid (“fitness to practise”). Zij moet dus niet alleen potentieel-geschikte gilde­broeders opleiden, maar ook potentieel-ongeschikte gildebroeders wegselecteren voordat ze als aankomende gildebroeders zouden worden afgeleverd.
    De Nederlandse Faculteit Geneeskunde maakt daarentegen deel uit van het normale, door de Staat bekostigde hoger onderwijs. Zij verzorgt een zesjarige bachelor- en masteropleiding die resulteert in een verzameling “eindtermen” die met het Medische Gilde zijn overeengekomen, maar zij kan niet garanderen dat de aspirant-gildebroeders aan alle criteria van basale beroepsgeschiktheid beantwoorden. Dat komt doordat de Faculteit Geneeskunde ook het Recht op Onderwijs en de vrijheid van studiekeuze van haar studenten moet respecteren: in principe moeten studenten worden toegelaten tot elke bacheloropleiding, tenzij ze niet de vereiste vooropleiding hebben. En in principe mogen studenten met een functiebeperking niet gediscri­mi­neerd worden.
    In Nederland kunnen studenten uitsluitend worden afgerekend op hun studiegeschiktheid. Het enige criterium is dat ze de studiepunten van hun opleiding weten te behalen. Ze kunnen dus niet worden geweigerd of weggestuurd op grond van het kale feit dat ze beroepsongeschikt zouden zijn. Er is echter één kleine uitzondering op deze regel. In 2010 is er op voorstel van minister Ronald Plasterk een wetswijziging doorgevoerd (artikel 7.42a WHW), die nog steeds als een onontplofte brisantbom onder het hoger onderwijs ligt. Weliswaar mag iedere student in het hoger onderwijs volgens de letterlijke wetstekst worden geweigerd c.q. weggestuurd als ze door hun gedragingen of uitlatingen blijk hebben gegeven van ongeschiktheid voor de uit­oefening van een of meer beroepen waartoe de door hen gevolgde opleiding hen opleidt, dan wel voor de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening. Maar in de toelichting bij dit artikel wordt gesteld dat hierbij uitsluitend gedoeld wordt op moreel-laakbare gedragingen en uitlatingen. Bovendien wordt als voorwaarde gesteld dat die laakbare gedragingen en uitlatingen gepleegd zijn in onderwijs- en studiesituaties, dus wanneer de student ‘in functie’ is.
    Lees verder … (PDF)

  • Klokkenluider Fouad L.

    /

    3 reacties

    In mijn werkzame leven was ik onderwijskundig adviseur/onderzoeker in het hoger onderwijs. Op 30 september 2023 las ik de column van Han van der Horst op de opiniepagina Joop van BNNVARA. Hij had het over de geneeskundestudent Fouad L, die op 28 september een drievoudige moord heeft gepleegd in Rotterdam. Of althans: daar wordt hij van verdacht. Van der Horst had de kranten bestudeerd en hij volgde het journalistieke spoor dat GeenStijl gelegd had naar het Engelstalige 4Chan. Op dat digitale discussieplatform heeft ene “motorAnon” in het weekend van 5/6 augustus 2023 uitlatingen gedaan die misschien licht kunnen werpen op de voorgeschiedenis van het Rotterdamse drama.
    Maar in een mum van tijd had Van der Horst zijn conclusie klaar: “motorAnon” is een destructieve gek, hij raaskalt over zijn medische studie, maar niets wijst erop dat hem in werkelijkheid enig onrecht is aangedaan, laat staan dat hij de dupe zou zijn geweest van structurele misstanden. Deze conclusie is voor zoete koek geslikt door de Joop-lezers die op de column reageerden. Maar ik wilde het mijne ervan weten. Dat heeft me nogal wat journalistiek speurwerk gekost, zes weken lang.
    Lees verder … (PDF)

  • J’accuse…! Een aanklacht tegen de rechtsstaat

    /

    Één reactie

    Ik noem mij “motorAnon” en ik ben behept met een functiebeperking. Tegenwoordig heet dat in beleidstermen een ondersteunings­behoefte. Ze hebben mij de diagnose Asperger toebedacht: een aandoening in het autistisch spectrum. Ik smeek u, leen mij het oor en laat uw vooroordelen varen….
    Deze archaïsche intro komt niet uit de koker van “motorAnon”, evenmin als de kop van dit blogbericht. De kop is gekozen in navolging van de open brief d.d. 13/1/1898, die Emile Zola schreef over het onrecht dat Alfred Dreyfus, telg uit een bemiddelde joodse familie (afkomstig uit de Elzas), was aangedaan.
    De navolgende aanklacht is een collage van teksten die in het weekend van 5 en 6 augustus 2023 door “motorAnon” gepubliceerd zijn op het Engelstalige discussieplatform 4Chan. De Engelstalige versie van deze collage is al eerder op Onderwijsethiek.nl verschenen.
    Lees verder … (PDF)

  • Een ongeschikte examenkandidaat: mag de faculteit hem wegsturen?

    /

    3 reacties

    Op 28 september 2023 werd het academisch ziekenhuis (Erasmus MC Rotterdam) opgeschrikt door de moord op een lid van de medische staf, gepleegd door een medische student. Ik schreef vorige week al een blogbericht over zijn medische studieloopbaan.
    Op 29 september publiceerde de voorzitter van de raad van bestuur, prof. dr. Stefan Sleijfer, een pers­bericht over dit “tragische incident”. Hij schreef: “Wij hebben in mei van dit jaar een signaal gekregen van het Openbaar Ministerie waarin stond dat onze student was ver­oordeeld vanwege dierenmishande­ling. Het OM vroeg zich af of deze student wel geschikt was om arts te worden. Onze examen­commissie is in gesprek gegaan met de student. De student had alle benodigde studiepunten behaald om een diploma in ontvangst te nemen. De examen­commissie heeft toen als voorwaarde voor een diploma gesteld dat hij een psychologisch onderzoek zou ondergaan en dat de psycholoog zou verklaren dat de student geschikt zou zijn om arts te worden. De student stond daar niet afwijzend tegenover. Maar aan die voorwaarde werd niet voldaan. Er kwam geen verklaring van een psycholoog en op dit moment is onbekend of er contact is geweest met een psycholoog. Verder onderzoek is gaande. We hebben behoudens de brief geen verdere signalen gekregen dat [de] dader bijvoorbeeld gevaarlijk was en geen toegang tot Erasmus MC mocht krijgen.”
    De hoogste baas van het academisch ziekenhuis, Stefan Sleijfer, kondigde dus een nader onderzoek aan. Ik snap niet waarom hij niet meteen op 29 september contact heeft opgenomen met de decaan, hoogste baas van de faculteit Geneeskunde:
    ——————–
    Zeg collega, hoe zit dat nou precies? In artikel 8.1 van jullie examenreglement staat dat het basisartsexamen is behaald zodra alle onderwijsonderdelen met voldoende resul­taat zijn afgelegd. De uitreiking van het diploma is dan slechts een formaliteit. Daarbij wordt echter aangetekend (zie artikel 7.10 WHW) dat de examencommissie ook nog een eigen onderzoek mag instellen om te controleren of de kandidaat inderdaad de eindtermen van de opleiding bereikt heeft. Maar kennelijk heeft jullie examencommissie geen gebruik gemaakt van die wettelijke controlemoge­lijk­heid. Begrijp ik nou goed dat jullie in mei een flagrante wetsovertreding hebben begaan met jullie weigering om aan deze student per direct het diploma uit te reiken? Hoe lossen jullie dat op? Vooralsnog zal hij niet zijn plaats kunnen innemen als aankomend beoefenaar van de geneeskunst (of als aankomend geneeskundig onderzoeker). Het ligt niet op mijn weg om in de bevoegdheden van de examen­commissie te treden, maar is het niet beter om hem nu toch maar bij verstek het diploma toe te sturen?
    ——————–
    Zo’n collegiaal telefoontje van de MC-voorzitter met de faculteitsdecaan had zeer verhelderend kunnen werken. Maar bij nader inzien was zo’n telefonisch kattebelletje eigenlijk volstrekt overbodig. Want de huidige voorzitter van de raad van bestuur bekleedt tevens de functie van faculteitsdecaan. Die decaan heet dus prof. dr. Stefan Sleijfer.

  • Een lijdensweg: de studieloopbaan van Fouad

    /

    5 reacties

    1. Op 28 september 2023 werden drie mensen door Fouad L. vermoord, waaronder een docent Klinische Vaardigheden van de Medische faculteit. Wat ging er vooraf aan dit Rotterdamse drama? Hij had al zo’n tien jaar Geneeskunde gestudeerd, maar in 2023 had hij eindelijk alle 180 studiepunten behaald die vereist zijn om zijn artsdiploma in ontvangst te nemen. De examencommissie stak echter (mei 2023) een stok in het wiel. Zij eiste dat hij zich eerst nog aan een psychologisch onder­zoek zou onderwerpen om te bewijzen dat hij geschikt was voor het artsenberoep.
    2. Fouad was altijd al een beetje introvert, maar tijdens de bacheloropleiding struikelde hij op het practicum Klinische Vaardigheden. Geconcludeerd werd dat hij aan een stoornis in het autistisch spectrum leed: het syndroom van Asperger. Toch haalde hij uiteindelijk alle studiepunten om het bachelordiploma te verwerven. Hij werd toegelaten tot de driejarige masteropleiding (de klinische coassistentschappen). Als student met een functiebeperking (Asperger) mocht hij dus van de faculteit ver­wachten dat zij zou bekijken of zij hem, binnen redelijke grenzen, aangepaste onderwijs- en studie­voorzie­ningen kon bieden.
    3. Dat werd echter doorkruist door de bepalingen van het Onderwijs- en ExamenReglement (OER). In §9 is bepaald dat de Commissie Longitudinale Beoordeling Professionaliteit (CLBP), na ontvangst van één of meer meldingen dat een student onvoldoende beschikt over de algemene professionele vaardigheden die vereist zijn in het contact met anderen, hem/haar kan voordragen voor remediëring of hem/haar kan verwijzen naar een andere professional (zoals de studieadviseur of student­consulent). Maar §9 vervolgt:
    4. Indien de CLBP ook zelf concludeert dat deze student tekortschiet in bedoelde vaardigheden, dan dient zij dat aan de examencommissie te melden. Ongeacht deze melding zal hij/zij so-wie-so rekening moeten houden met het risico dat hij/zij er niet in slaagt de speciale studiepunten voor professionele ontwikkeling en professio­neel gedrag te verwerven en dat hij/zij dus niet het artsdiploma zou behalen.
    5. Verder wordt in §9 gestipuleerd dat een student die door zijn gedragingen of uitlatingen blijk geeft van ongeschiktheid voor de uitoefening van één of meer beroepen waartoe hij/zij wordt opgeleid, op advies van de examencommissie en de faculteitsdecaan, via de procedure van het Iudicium Abeundi (ex artikel 7.42a WHW) uit de masteropleiding kan worden verwijderd.
    6. Maar in bijlage 5 van de OER komt de aap uit de mouw. In §9 werd aangekondigd dat de procedure met betrekking tot het Iudicium Abeundi in bijlage 5 wordt uit­gewerkt, doch in die bijlage zelf wordt de inhoud van §9 tevens aanzienlijk opgerekt (zie ook tekstkader B):
    Lees verder … (PDF)

  • Wel en wee van de OV-studentenkaart 2015-2025 (II)

    /

    Één reactie

    De politieke partij D66 stelt op zaterdag 21 oktober haar verkiezingsprogramma 2023-2027 vast. Zij heeft altijd een open oog voor de studentenbelangen, maar uit het conceptprogramma (d.d. 22/9/2023) blijkt dat zij hoge prioriteit geeft aan een krachtig mobiliteitsbeleid. In dat verband kunnen studenten en docenten aan het kortste eind trekken:
    R2644-2661: We versterken de studiefinanciering. De OV-studentenkaart moet worden uitgebreid met een abonnement op de OV-fiets voor doordeweekse dagen [R3639: gratis gebruik van een OV-fiets ter waarde van € 4,45 per etmaal]. Verder wil D66 onder meer de tijdelijke verhoging van de uitwonende basisbeurs voor mbo-, hbo- en wo-studenten (totaal € 165) permanent maken en de aanvullende beurs voor mbo-studenten gelijk trekken met die voor hbo- en wo-studenten. Maar de toeloop van internationale studenten moet worden gereguleerd en afgestemd op de lokale capaciteit aan huisvesting en voorzieningen [R2728-2746].
    R3543-3914: Mobiliteitsbeleid. De coronatijd heeft ons geleerd dat (…) thuiswerken [voor vele beroepen] een optie is; met slechts een beperkte groep thuiswerkende mensen kunnen we een deel van de capaciteitsknelpunten al oplossen [R3705]. Grote werkgevers moedigen we aan het reisgedrag van hun werknemers te verduur­zamen door fietsen en reizen met het OV meer te stimuleren [R3769]. [Maar] we maken afspraken met onderwijsinstellingen om de studenten zo veel mogelijk buiten de spits te laten reizen [R3640]. D66 wil met werkgevers, onderwijsinstellingen en decentrale bestuurders afspraken maken over werk- en openingstijden [R3693: en roostering], thuiswerken en locatiekeuzes, zodat het openbaar vervoer in de spits kan worden ontzien en er een bredere spreiding op de weg ontstaat [R3708].
    Conclusie 1: In haar conceptverkiezingsprogramma staat niet dat D66 het studentenreisproduct in zijn huidige vorm ongemoeid wil laten. We kunnen dus niet geheel uitsluiten dat zij zou instemmen met de invoering van een kortingskaart (zoals aanvankelijk voorgesteld door het kabinet Rutte-2). Bijvoorbeeld zoiets als de NS-kortingskaart Altijd Voordeel (20% korting in de ochtend- en avondspits en 40% korting buiten de spits en in het weekend; ter waarde van 26,70/maand), maar dan uitgebreid met een kortingskaart voor de bus/tram/metro en met gratis gebruik van de OV-fiets.
    Conclusie 2: D66 heeft de mond vol van rust en ruimte, mentaal welzijn en vermindering van prestatiedruk voor studenten [R2598-2604], maar de mobiliteitsplannen van D66 lijken verdacht veel op het onzalige BeterBenutten-project van Bussemaker (bedrijfstijdverlenging in het hoger onderwijs zodat studenten niet in de spits zullen reizen). Dat zou niet de eerste keer zijn dat D66 studenten laat bloeden voor vermeende nationale belangen. Zie de afschaffing van de basisbeurs in 2015 en de huidige invoering van “een slimmer collegejaar” (I), (II), (III).

  • Wel en wee van de OV-studentenkaart 2015-2025

    /

    In 1986 werd de kinderbijslag voor meerderjarige studenten vervangen door een gedifferentieerd beurzenstelsel voor thuis- en uitwonenden: de basisbeurs en een inkomensafhankelijke aanvullende beurs. Vijf jaar later werden de beurzen fors gekort om hun met het vrijkomende geld een “gratis” OV-abonnement te geven. En in de jaren 1990 werd vervolgens nog driftig bezuinigd op het nieuwe studiefinancieringsstelsel (tabel I). Het kabinet Rutte-2 (2014-2017) gaf de doodsteek. Met steun van D66 en GL kregen de coalitiepartners VVD en PvdA gedaan dat de basisbeurs voor voltijdse MBO- en HO-studenten met ingang van 1/9/2015 cohortgewijs werd vervangen door een sociaal leenstelsel, terwijl de aanvullende beurs werd verhoogd. De resulterende opbrengst, 728 miljoen euro per jaar (peiljaar 2025), zou terug­vloeien naar het hoger onderwijs.
    Maar door het wegvallen van de basisbeurs voor uitwonenden zouden waarschijnlijk méér studenten thuis bij hun ouders blijven wonen. Bij ongewijzigd beleid zou het dus nóg drukker worden in het openbaar vervoer. Daarom was in het regeer­akkoord aangekondigd dat het gratis reizen met de OV-studentenkaart zou worden af­geschaft. In plaats daarvan zou er een kortingskaart komen, wat bovendien een mooie extra bezuiniging zou opleveren. Minister Bussemaker kwam echter met een lumineus alternatief:
    -1- De hogeronderwijsinstellingen moeten sinds 1997 voor hun eigen huisvestingslasten opdraaien. Sindsdien ontplooien ze initiatieven om op die lasten te bezuinigen (het 3B-beleid: betere Bezetting en Benutting van gebouwen in combinatie met Bedrijfstijdverlenging).
    -2- En sinds 2011 loopt er de grootscheepse overheidscampagne Beter Benutten (van de nationale infrastructuur), om de autofiles en andere spitsproblematiek aan te pakken.
    -3- Laten we aanhaken bij deze twee ontwikkelingen: we starten een project Beter benutten onderwijs en openbaar ver­voer, dat ertoe zal leiden dat studenten minder OV-kilometers in de spits reizen, zodat enerzijds de OV-studentenkaart behouden blijft, maar OCW anderzijds jaarlijks 200 miljoen euro minder kwijt is aan het abonnementscontract met de OV-bedrijven. En we beloven …
    -4- dat ook deze bezuinigingsopbrengst zal terugvloeien naar het hoger onderwijs.
    Lees verder … (PDF)

  • Seksrelaties met meerderjarige studenten (IV)

    /

    Onlangs berichtte ScienceGuide (20/7/2023) dat de regels rondom seksueel contact tussen docent en student worden aangescherpt. De redactie verwijst niet naar de bronnen waarop haar berichtgeving gebaseerd is. De primaire bron is, denk ik, een Kamerbrief van minister Dijkgraaf (8/6/2023), onder de titel Integrale Aanpak Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap. Deze brief wordt in oktober door de vaste kamercommissie OCW behandeld. Maar ondertussen is er ook het voorontwerp-van-wet Vrij en Veilig Onderwijs, dat het ministerie ter openbare consultatie op het internet heeft geplaatst (15/7/2023). In artikel VIII van het voorontwerp (pp. 17, 22) is bepaald dat het instellingsbestuur contact moet opnemen met de vertrouwensinspecteur van de Onderwijsinspectie (tenzij de betrokken medewerker of student-assistent niet in een gezagsrelatie tot de meerderjarige student stond) en dat er aangifte moet worden gedaan van een ‘misdrijf tegen de zeden’. De ethische verplichting tot het onderhouden van een gepaste professionele afstand wordt dus gejuridiseerd. Ik neem aan dat dit voorontwerp-van-wet een uitwerking vormt van het wetsvoorstel Seksuele Misdrijven (36.222), dat op 4 juli 2023 door de Tweede Kamer aanvaard is. Daarin wordt ook seksuele intimidatie strafbaar gesteld.

  • Plan Dijkgraaf: het bindend studieadvies (III)

    /

    Één reactie

    Minister Dijkgraaf is van plan de studievoortgangsnorm voor het Bindend Studieadvies in het eerste cursusjaar van het hoger onderwijs te verlagen. Daarmee schept hij rust en ruimte voor eerstejaarsstudenten die niet bereid of in staat zijn in één jaar 1680 uren (42 veertigurige werkweken) aan hun studie te besteden en voor hen die méér dan 28 uur per studiepunt nodig hebben om de zestig studiepunten van het propedeuseprogramma te verwerven. Maar wat de universitaire opleidingen betreft, laat hij een urgente vraag liggen: hoeveel procent van de studenten heeft méér dan 28 uur per studiepunt nodig om het opleidingsprogramma te doorlopen? Oftewel: zijn de programma’s wel studeerbaar in de nominale cursusduur die ervoor staat? De hogeronderwijswetgever garandeert het niveau van de diploma’s, maar biedt studenten nauwelijks rechtsbescherming met betrekking tot de studeerbaarheid van de universitaire opleidingen (zie tabel 1).
    Mr. Ruud Louw (* 1949) stond, samen met zijn OCW-collega mr. Peter Kwikkers, aan de wieg van de Wet op het Hoger Onderwijs (WHW 1992). Naderhand schreef hij een wetenschap­pelijk proefschrift over deze wet (2011). Zijn centrale vraagstelling was in hoeverre de zelf­standigheid van de instellingen ten opzichte van de overheid nog verder kon worden vergroot (p.5). Maar op het punt van de Studeer­baar­heid, constateerde hij, is de deregulering in de bestaande WHW te ver doorgeschoten (p. 214-5). “Uit de wettelijke bepalingen inzake de studie­last [artikel 7.4 WHW] kan worden afgeleid dat het programmerende orgaan verplicht is ervoor te zorgen dat het programma zodanig is ingericht dat de studenten gemiddeld binnen de cursus­duur met goed gevolg kunnen afstuderen”, maar dit soort studierechten zal “niet altijd gemakkelijk in een gerechtelijke procedure kunnen worden afgedwongen.”
    Lees verder … (PDF)

  • Plan Dijkgraaf: het bindend studieadvies (II)

    /

    Één reactie

    Minister Dijkgraaf (OCW) heeft aangekondigd dat hij een wetsvoorstel gaat indienen om te voorkomen dat universiteiten en hogescholen het bindend studieadvies misbruiken. De be­doeling van het BSA is studenten uit de opleiding te verwijderen omdat ze ongeschikt zijn voor de gekozen opleiding en dus beter een andere studie kunnen kiezen. Zijn criterium is ‘evident onvoldoende studievoortgang’: minder dan 30 propedeusepunten na één jaar studeren of minder dan 60 propedeusepunten na twee jaar studeren. Volgens Dijkgraaf mag het BSA niet worden gebruikt om studenten te verwijderen op grond van de prognose dat ze het bachelordiploma niet in of binnen de driejarige cursus­duur (C) of desnoods met één uitloopjaar (C+1) zullen behalen. Met deze wetswijziging hoopt hij geschikte studenten de nodige rust en ruimte te bieden voor een vruchtbare studietijd in het hoger onderwijs.
    In mijn vorige blogbericht heb ik de zeven stadia geresumeerd waarlangs het huidige universitaire BSA-beleid tot stand gekomen en ont­spoord is. Inmiddels is daar een achtste stadium aan toegevoegd: de universiteiten verzetten zich tegen het plan-Dijkgraaf, want zij achten hun strenge BSA-beleid onmisbaar om de studieduur in de universitaire bacheloropleiding in de hand te houden en het numerieke rende­ment van deze basisopleiding te optimaliseren. In dit tweede blogbericht belicht ik de maatregelen (a t/m f) die in de loop der tijd zoal be­proefd zijn om hun beleidsdoel te verwezenlijken.
    Lees verder … (PDF)

  • Plan Dijkgraaf: het bindend studieadvies (I)

    /

    5 reacties

    Minister Dijkgraaf (OCW) heeft aangekondigd dat hij een wetsvoorstel gaat indienen om de minimale studievoortgangseis voor het eerste verblijfsjaar van de WO- en HBO-propedeuse terug te brengen tot 50% (30 studiepunten). Sinds de invoering van het BaMa-stelsel (2002-2008) hebben de universiteiten en hogescholen hun studievoortgangseis sluipenderwijs opge­hoogd van 30 naar 45 tot 60 studiepunten. Wie niet aan die eis weet te voldoen, wordt (behoudens persoonlijke omstandigheden) wegens ongeschiktheid uit de opleiding verwijderd. Met name in de universitaire opleidingen heeft het bindend studieadvies (BSA) van de ‘selectieve propedeuse’ tot grote overbelasting en stress bij studenten geleid. Dat komt doordat de uni­versitaire beleidsvorming de volgende zeven stadia heeft doorlopen.
    Lees verder … (PDF)

  • Naar een slimmer collegejaar (III): de casus Wageningen

    /

    Eind maart 2023 zijn de universiteiten gestart met pilotprojecten om het collegejaar slimmer in te richten. Het doel is, aldus het nieuws­bericht van minister Dijkgraaf, bestaande onderwijsactiviteiten slimmer in te richten en het aantal onderwijs- en tentamenweken op ver­antwoorde wijze te reduceren, teneinde studenten, docenten en onderzoekers meer rust en ruimte te bieden en hun werkdruk te verlagen. Studenten zuchten onder overvolle studieweken, docenten ervaren veel werkdruk en onderzoekers komen onvoldoende aan hun research toe. Het gaat er dus om dat onderzoekers en docenten meer tijd krijgen voor hun onderzoekstaken, andere wetenschappelijke activiteiten en het verbeteren van het onderwijs; en dat studenten ruimte krijgen voor bijvoorbeeld stages, onderwijsprojecten (zoals internationale competi­tieve ‘challenges’), extracurriculaire activiteiten (die geen studiepunten opleveren), of summer-schools. Negen van de 42 pilotprojecten gaan over vernieuwende toetsvormen en over de herkansingen. Denk daarbij onder andere aan een betere timing van tentamens om meer rust voor studenten te creëren, maar ook aan een verantwoorde reductie van het aantal herkansingsweken. In dit blogbericht nemen we één van die negen projecten concreet onder de loep: de evaluatie van de nieuwe jaarkalender die per 1 september 2023 van start gaat aan de Land­bouwuniversiteit Wageningen (WUR).
    Lees verder … (PDF)