De ethische commissie (AIEC)

/

Valt het in ethisch opzicht te rechtvaardigen dat een klas collectief gestraft of gegijzeld wordt wegens een vergrijp dat door een onbekende dader uit die klas gepleegd is? Dat is nou typisch zo’n vraag die men op het bordje van de Ethische Commissie van een onderwijsinstelling zou kunnen leggen. Officieel spreekt men van een Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissie (AIEC). Zo’n orgaan bestaat binnen sommige universiteiten en hogescholen. Haar wettelijke taak is het instellings­bestuur te adviseren bij het opstellen van ethische richtlijnen inzake onderwijs en onderzoek. Maar de Universiteit van Amsterdam bijvoorbeeld heeft haar AIEC een ruimere taak gegeven. Zo moet zij discussie over ethische aspecten van het werk bevorderen en als aanspreekpunt voor docenten en studenten fungeren.
Ik dacht daaraan toen ik in P&O-Actueel (5/10/2009) een artikel van Ronald Jeuris­sen las. Hij heeft het over Moral Muteness: de neiging van bedrijven en organisaties om ethische fricties dood te zwijgen. Op de BON-site (13/10/2009) is naar aanleiding daarvan een korte discussie gevoerd. Een blogger die achter de naam Gems schuil­gaat, legt de vraag op tafel hoe men ethische problemen binnen een professionele organisatie bespreekbaar kan maken. Hoe kunnen scholen voorkomen dat zulke problemen onder de mat geveegd worden? Maar de BON-discussie loopt op niets uit. Onderwijs­instellingen zijn in ethisch opzicht door-en-door verrot en klokkeluiders graven hun eigen graf, zo geeft men Gems te verstaan.
Zou het echt zo slecht gesteld zijn? Of zou de directie van een fatsoenlijke school toch bereid gevonden kunnen worden om een AIEC in te stellen: een Ethische Commissie die structurele ethische problemen signaleert en in discussie brengt, die het Leer­lingen­statuut doorvlooit, die de directie gevraagd en ongevraagd kan adviseren en die in een openbaar jaarverslag verantwoording aflegt van haar werkzaamheden?

Alle reactiemogelijkheden zijn voor dit bericht momenteel gesloten.