Morele vorming: de leraar als rolmodel

Hoe kunnen leraren op de middelbare school bijdragen aan de morele vorming van hun leerlingen? Dat is de vraag die Wouter Sanderse aan de orde stelt in zijn proefschrift, dat deze week verschenen is. Hij behandelt verscheidene theorieën over morele vorming, maar hij richt zich vooral op de deugden-ethiek: een benadering die voortbouwt op het gedach­tengoed van de Griekse filosoof Aristoteles. Moed, bijvoorbeeld, is een deugd die het gulden midden houdt tussen lafheid en roekeloosheid. In dat verband moeten leerlingen niet alleen een dispositie tot moedig handelen ontwikkelen, maar ook praktische wijsheid om te bepalen wanneer moed vereist is en waar dan de gulden middenweg ligt.
Volgens Sanderse moet morele vorming niet worden ingericht als een apart schoolvak, maar als een verrijkend accent binnen het bestaande schoolcurriculum. Hij denkt dan aan: (a) de leraar als moreel rolmodel, (b) reflectie op de verhalen waarmee leerlingen in schoolvakken geconfronteerd worden en (c) Socratische dialogen om het moreel oordeels­vermogen te ontwikkelen dat in praktische wijsheid besloten ligt.
Wouter Sanderse (1982) werkt bij de Radbouduniversiteit en geeft ook cursussen Morele Vorming voor leraren. Maar daarnaast is hij onlangs bij de Fontys Hogescholen benoemd tot lector Beroepsethiek van Leraren. In die functie zal hij ongetwijfeld de voorwaarden uitwerken waaronder leraren als moreel rolmodel kunnen fungeren. In hoofdstuk 4.2 van zijn proefschrift geeft hij daartoe een eerste aanzet.
Lees verder … (PDF)