Beginsel van Onbelemmerde Studievoortgang

/

De Wet op het Hoger Onderwijs gebiedt dat studenten 60 studiepunten per programmajaar behalen en dat deze 60 punten voor de gemiddelde student 1680 uur werk kosten. Uit de wetsgeschiedenis valt op te maken dat met die 1680 uren 42 goedbestede weken bedoeld wordt. De wetgever gebiedt dus dat 50% van de studenten méér dan 1680 uur (en méér dan 42 weken) per programmajaar nodig hebben om hun opleiding te voltooien. Uit deze wettelijke regel vloeit voort dat velen studievertraging zullen oplopen, te meer daar de basisbeurs is afgeschaft: studenten moeten een betaalde bijbaan nemen, tenzij ze een studielening aangaan om hun college­geld te betalen (bijna 2100 euro per jaar) en in hun kosten voor studie en levens­onderhoud te voorzien.
De wetgever heeft verder geen regels gesteld om de studeerbaarheid van de opleidingen in het hoger onderwijs te waarborgen. Het wordt aan de onderwijsinstellingen zelf overgelaten om studenten tegen overbelasting te beschermen. Om die reden hebben drie leden van de Centrale Medezeggenschapsraad van de Hogeschool van Amsterdam ernstige kritiek op de HvA-regel dat je, indien gezakt voor een tentamen, weliswaar tien weken later een herkansing kan doen maar dat je anders ‘het vak volgend jaar opnieuw moet volgen, naast de vakken die je op dat moment al moet volgen’ (HvanA 7/10/2019).
Maar het kan nóg strenger. De Universiteit Utrecht hanteert bijvoorbeeld een onderwijsmodel waarin die éne herkansing niet is toegestaan, tenzij je tijdens de cursus aan alle inspan­nings­verplichtingen hebt voldaan en minimaal een 4,0 hebt gehaald (OER Rechtsgeleerdheid). Voor eerstejaarsstudenten geldt bovendien dat ze uit de opleiding worden verwijderd als ze vóór de zomer­vakantie minder dan 45 studiepunten hebben behaald.
Terug naar de drie raadsleden van de HvA. Zij staan dus kritisch tegenover het feit dat hun hogeschool zich zo weinig gelegen laat liggen aan het Beginsel van Onbelemmerde Studie­voortgang en aan het Prolongatiebeginsel: gij zult vertraagde studenten niet onnodig be­lemmeren in hun studie­voortgang en gij zult voorzieningen treffen opdat zij optimale studie­voortgang kunnen boeken.
Bron: J.W. Holleman (1979b), Rechten van scholieren en studenten. Weekblad voor leraren bij het voortgezet onderwijs, 11, 1251-3. M.J. Cohen (1981). Studierechten in het wetenschappelijk onderwijs. Dissertatie Leiden.

Alle reactiemogelijkheden zijn voor dit bericht momenteel gesloten.