Gehoorschade in de naschoolse kinderopvang

Met ingang van 2007/08 heeft ieder kind recht op naschoolse opvang, maar er is een immens tekort aan geschikte lokalen. Daarom worden op brede schaal BSO-boxen als noodlokalen ingezet. In De Volkskrant (27/8/2007) schrijft kleuterleidster Willy Faber, inmiddels arbeidsongeschikt, een waarschuwende lezersbrief: door de kunststof wanden is de nagalmtijd heel lang en ze heeft daar zelf blijvende gehoorschade aan overgehouden. Een fabeltje? Zeker niet! ‘Volgens onderzoek in de kinderopvang ligt het gemiddelde geluidsniveau daar boven de 85 dB en dus [op de logaritmische dB-schaal veel] meer dan een normaal mens op een achturige werkdag zonder schade kan verdragen’, rapporteert Jan Ruesink (Nederlands Dagblad 3/4/2006): ‘je kunt acht uur werken bij 80 dB, maar je mag slechts vier uur blootgesteld worden aan 83 dB. Wie drie kwartier werkt [op een geluidsniveau van] 90 dB heeft zijn portie voor die dag al gehad.’ Volgens de ARBO-Unie is lawaai voor de werknemers in deze branche √©√©n van de belangrijke aandachtspunten, die moeten worden meegenomen in de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie. Ook bij de voorgeschreven risico-inventarisatie voor de kinderen, de klanten van de kinderopvang, wordt Lawaai als een gezondheidsrisico genoemd, maar daarbij wordt vooral op omgevingslawaai-van-buiten gelet (Gezondheidsmanagement p.43). In het Toetsingskader van de GGD’s (de inspecterende instantie), worden de gezondheidsrisico’s van het binnenmilieu niet nader gespecificeerd. De GGD Rotterdam controleert echter ook de nagalmtijd in het binnenmilieu, waarbij een norm van maximaal 0,8 seconden gehanteerd wordt. Overschrijding van deze norm kan overigens zonder veel moeite gerepareerd worden door het aanbrengen van geluidsabsorberende materialen. Nu de BSO-boxen in gebruik worden genomen, is er alle reden voor de GGD’s, de oudercommissies en de Klachtencommissie Kinderopvang om waakzaam te zijn tegen gezondheidsbedrei¬≠gende geluidsniveaus.