Het CGO verzwakt onze concurrentiepositie

/

Sinds 2000 is Nederland qua internationale concurrentiepositie weggezakt van de vierde naar de tiende plaats, meldde het zakenweekblad FEM (8/9/2009). Dat komt niet alleen door de financiĆ«le crisis en een tekortschietende infrastructuur (file­problemen!), maar ook door gebrek aan innovatief vermogen. Ondanks de oprichting van een Innovatieplatform in 2002 en de bijhorende subsidiepotten is het slecht gesteld met de innovatie in bedrijvig Nederland.
Het is wat te gemakkelijk om zonder meer te concluderen dat de onderwijs­vernieu­wingen van de afgelopen tien jaren hun zure vruchten beginnen af te werpen. Maar de invoering van het CompetentieGericht Onderwijs (CGO) heeft ons innovatieve vermogen in elk geval geen goed gedaan. CGO-competenties zoals reflecteren, feedback-geven, vergaderen, presenteren en samenwerken bieden geen gezonde basis voor Nederland Kennisland.
Wat is innoveren? Dat is, aldus de Dikke van Dale, het invoeren van nieuwigheden. Voor de verbetering van de con­currentiepositie zijn drie soorten nieuwigheden van belang: (a) productinnovatie om nieuwe of verbeterde producten te maken die optimaal bij de marktvraag aansluiten; (b) service-innovatie om de afnemers op hun wenken te bedienen; en (c) procesinnovatie om de productie- en servicekosten te drukken, zodat de producten en diensten tegen een concur­rerende prijs kunnen worden afgezet. Een innovatief bedrijfsleven heeft hoogopgeleide kenniswerkers nodig, en dat is nu juist een zwakke kant van het CGO, dat gedegen vakkennis heeft ingeruild voor allerlei vage competenties.
Maar erger nog: het CGO is een opleidingsarrangement dat procesinnovatie (c) in de weg staat. Dankzij het CGO worden namelijk de personeelskosten van het bedrijfs­leven gedrukt. Geleid door een kortzichtig winststreven, geeft men daardoor onvol­doende prioriteit aan investeringen in procesinnovatie.
Lees verder … (PDF)

Alle reactiemogelijkheden zijn voor dit bericht momenteel gesloten.