Hoe organiseer je een bijspijkercursus?

/

Vele leerlingen die van highschool afkomen zijn nog onvoldoende voorbereid op een succesvolle studie in het Amerikaanse hoger onderwijs. Zij moeten tijdens hun freshman year eerst nog één of meer bijspijkercursussen volgen. Soms levert dat studiepunten op (ten laste van de vrije keuzeruimte), maar meestal krijgen ze er geen credit voor die meetelt voor het bachelordiploma (c.q. de Associate Degree). Het probleem is echter dat deze bijspijker­cursussen met ernstige studievertraging en zelfs met studieuitval gepaard gaan. Per saldo dragen ze weinig bij aan de studierendementen.
Maar recente ervaring leert dat men veel winst kan boeken door de bijspijkercursussen op een andere manier te organiseren: niet als een ‘pre-requisite’ maar als een ‘co-requisite’ voor de reguliere eerstejaarscursussen (Inside HigherEd 5/4/2016). Studenten met een wiskunde-deficiëntie, bijvoorbeeld, worden gewoon toegelaten tot de reguliere semestercursus Wiskunde-1 (c.q. Statistiek-1), maar zij zijn verplicht tegelijkertijd aan de parallelle bijspijkercursus Wiskunde-0 deel te nemen. Deze komt in de plaats van één van de andere semestervakken (maar als ’t een beetje meezit kan dat vak worden ingehaald in het zomersemester). De bijspijkercursus-nieuwe-stijl heeft enerzijds tot doel om het deficiënte beginniveau op het gebied van Wiskunde-1 te remediëren en anderzijds om bijles te geven ter ondersteuning van de reguliere semestercursus Wiskunde-1. Dankzij deze opzet weet men het rendement van het freshman year aanmerkelijk te verhogen.
Is deze vorm van passend onderwijs voor Nederlandse universiteiten en hogescholen navolgenswaard? Het zou kunnen, maar dan moet er wel wat veranderen.
Lees verder … (PDF)

Alle reactiemogelijkheden zijn voor dit bericht momenteel gesloten.