Zero tolerance (II)

/

De overheid maakt zich zorgen over de toenemende agressie tegen publieke ambtsdragers zoals tramcontroleurs, ambulancebroeders en leraren. In een vorig bericht poneerde ik de stelling dat agressie in de hand wordt gewerkt door rigide optreden van die ambtsdragers, hetwelk tegen het rechtsgevoel van de betrokkenen indruist. In het NRC-weekblad (30/5/2009) ontleedt Joke Mat de anatomie van een rel na een steekpartij. Een vijftienjarige jongen ligt levensgevaarlijk gewond op straat. Zijn oudere broers komen in paniek aanrennen. Zij zien de ambulancebroeders bij het slachtoffer staan. Volgens het dienstprotocol mogen hulpverleners omwille van hun eigen veiligheid niets doen voordat de politie gearriveerd is. Maar die komt nog steeds niet opdagen. Tenslotte beginnen ze desondanks eerste hulp te verlenen, de ene ambulancebroeder met de portofoon in de hand om de politiecentrale tot spoed te manen. Ondertussen hebben de oudere broers zich een weg door het toestromende publiek gebaand. Ze worden tegengehouden door een oudere man. De oudste broer maakt een omtrekkende beweging om dichterbij het slachtoffer te komen. De ambulancebroeder roept: ‘Laat ons ons werk doen … als je niet weggaat, gaat hij dood.’ De oudste broer kijkt wezenloos voor zich uit en bijt hem toe: ‘Als hij dood gaat, ga jij ook dood.’ Hij wordt gearresteerd wegens bedreiging en zit 16 dagen in voorarrest in afwachting van zijn berechting. Heeft hij zich inderdaad schuldig gemaakt aan bedreiging? Of heeft hij alleen maar bedoeld: het enige wat ik wil is mijn broertje bijstaan … maar dat verhinderen jullie … ik wil dan dat jullie alles op alles stellen om zijn leven te redden … als jullie nu niet ogenblikkelijk die portofoon neerleggen en met twee handen je werk doen, dan hebben jullie de dood van mijn broertje op je geweten! Het vonnis van de rechter luidt: 16 dagen cel, vermeerderd met 30 uur werkstraf.

Alle reactiemogelijkheden zijn voor dit bericht momenteel gesloten.