Misleidende studievoorlichting

Op verzoek van de studentenorganisatie ISO heeft de Nederlandse Reclame Code Commissie (RCC) zich uitgesproken over de wervende studievoorlichting van de Hogeschool van Amsterdam. De hogeschool mag geen reclame voor de swingende ‘opleiding Fashion & Branding’ maken als dat in werkelijkheid slechts een tweejarige afstudeerrichting van de vierjarige opleiding Technische Commerciële Confectie­kunde is (De Volkskrant 12-3-2007). De RCC heeft de gewraakte studievoorlichting uitsluitend getoetst aan de Reclamecode: een bedrijf mag geen misleidende reclame voor zijn producten maken. Maar een met belastinggeld gefinancierde onderwijs­instelling is niet zomaar een bedrijf, doch een ‘maatschappelijke onderneming’. Haar handelen moet tevens worden getoetst aan de onderwijsethiek: het behoort tot haar zorgplichten dat zij aanstaande studenten via haar studievoorlichting helpt om gefundeerde keuzes te maken.
Lees verder … (PDF)

Wij moeten u heenzenden

Onderwijsinstellingen oefenen macht over hun leerlingen of studenten uit. Dat wordt gereguleerd door wetten, regelingen en contracten, en door de professionele beroepsethiek. Een pregnant voorbeeld van machtsuitoefening is als een leerling van school wordt gestuurd. In het hoger onderwijs wordt dat een iudicium abeundi of – eufemistisch – een bindend studieadvies genoemd. Als een student in het eerste studiejaar niet genoeg studiepunten heeft gehaald, wordt hij (zij) uit de opleiding verwijderd, behoudens overmacht of persoonlijke omstandigheden. Dat wordt gerechtvaardigd door een veronderstelde studie-ongeschiktheid. Maar de hogeronderwijswet die nu op stapel staat, opent de mogelijkheid studenten ook op grond van veronderstelde beroeps-ongeschiktheid de laan uit te sturen.
Lees verder … (PDF)

In geweten

Mag een ambtenaar van de burgerlijke stand weigeren een dienstopdracht uit te voeren? Nee, zeggen vele gemeenten, althans niet als hij of zij op grond van eigen levensovertuiging zou weigeren een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht te sluiten (De Volkskrant 3-3-2007). Mag een bedrijfsjuriste van de I.N.D. weigeren in een asielprocedure een verweerschrift te schrijven met argumenten die nergens op slaan (De Volkskrant 3-3-2007)? Nee, zegt de I.N.D., zij moet gewoon haar werk doen (vol=vol). Mogen artsen op grond van eigen levensovertuiging weigeren abortussen of kinderbesnijdenissen uit te voeren? Ja, zegt men in Nederland, zeker als ze dat kunnen rechtvaardigen op grond van de afgelegde beroepseed. Mogen leraren of docenten weigeren een dienstopdracht uit te voeren als dat in strijd zou zijn met hun levensovertuiging of hun beroepsethiek? In de CAO’s staat dat dat mag, althans als er ‘ernstige gewetensbezwaren’ kunnen worden aangevoerd.
Lees verder … (PDF)

Deficiënties

Het hoger onderwijs klaagt, als vanouds, over het niveau van de aankomende studenten. Ze weten niks en ze kunnen niks. Dat wordt gaarne aangevoerd als verklaring waarom de studieduur zo lang is, waarom de uitvalpercentages zo hoog zijn en waarom het hoger onderwijs meer geld en een langere programmaduur (of een schakelklas voor aankomende studenten) nodig heeft. Op de PABO moeten aankomende studenten tegenwoordig een rekentoets en een taaltoets afleggen. Als ze die onvoldoende maken, moeten ze hun kennistekorten (deficiënties) tijdens hun eerste studiejaar repareren (bijspijkeren). En daar krijgen ze geen studiepunten voor, ook al voldoen ze aan de formele toelatingseisen voor deze opleiding. Kan dat nou zomaar? Het Nederlandse onderwijsbestel is gefundeerd op de vooronderstelling dat het beginniveau van de bacholoropleidingen wordt afgestemd op het eindniveau van de wettelijk vastgestelde vooropleidingen.
Lees verder … (PDF)

Vakken of competenties?

Men loopt de laatste tijd te hoop tegen al die nieuwlichterijen in het onderwijs die te boek staan als ‘het nieuwe leren’ of ‘competentiegericht opleiden’. De weerstanden die bij docenten leven, worden bijvoorbeeld verwoord door de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON). Soms worden die docenten afgeschilderd als reactionaire, verzuurde mopperkonten, die zich meer door eigenbelang dan door het belang van leerlingen of studenten laten drijven. Maar de BON kan zich ook profileren als een vereniging ter verdediging van een professionele beroepsethiek of – wat bijna hetzelfde is – als een vereniging ter bestrijding van kwakzalverij in het onderwijs. Hier wordt dat idee aan de hand van een persoonlijke ervaring uitgewerkt. Competentiegericht onderwijs stelt de docent-als-expert, verantwoordelijke spreekbuis van een vakgebied, op de proef.
Lees verder … (PDF)

Engelstalig onderwijs

Engels als instructie- en communicatietaal voor Nederlandstalige leerlingen en studenten? Volgens de SCP-studie ‘Investeren in vermogen’ is het TTO (tweetalig voortgezet onderwijs) een belangrijke onder­wijsinnovatie ten behoeve van getalenteerde leerlingen. Jan Blokker junior (De Volkskrant 11-1-2007) is het daar niet mee eens; hij meent dat de moedertaal van leraren en leerlingen de voorkeur verdient als voertaal in het onderwijs.
In het kader van de internationalisering wordt door het Nederlandse hoger onderwijs eveneens op brede schaal Engelstalig onderwijs ingevoerd. Vooral om buitenlandse studenten te trekken. In hoeverre ver­zaken docenten hun professionaliteit als ze zonder voorbehoud aan deze ontwikkelingen toegeven?

Lees verder … (PDF)
  

Handen geven

Samira is een bekwame MAVO-docente Economie. Ze gaf les aan een openbare VMBO-school in Utrecht. Maar ze is ook een orthodoxe moslima. Ze is ontslagen omdat ze niet bereid is mannen een hand te geven. Volgens de Commissie Gelijke Behandeling is dat in strijd met de wet: de werkgever bezondigt zich aan indirecte discriminatie op basis van geloofsovertuiging. De Nederlandse politiek viel vervolgens en bloc over de Commissie heen: “we zullen die moslims én die Commissie wel eens mores leren!” Welke mores eigenlijk? Laten we ’t in dit verband eens hebben over de mores van de onderwijsethiek.
Lees verder … (PDF)